Solitair

Ik rekende... van mijn volwassen leven, nu 41 jaar, heb ik 11 jaar met een man onder een dak gewoond. Dat betekent dat ik dus al 30 jaar alleen woon, als ik mijn dochter en mijn huisdieren niet mee tel. Ik heb ongeveer - een scharrel daargelaten - relaties gehad die zich voornamelijk in de weekends afspeelden. Terugkijkend waren sommige relaties eigenlijk geen echte relaties. 

De eerste twee langdurige relaties, 18 jaar ongeveer, was met autistische mannen. Emotioneel onbereikbaar en als we niet bij elkaar waren was de relatie er eigenlijk ook niet. Dan was ik letterlijk en emotioneel alleen en kon mijn eigen stappen zetten.

In 2010 leerde ik mijn geliefde kennen. De klik was er vanaf moment nul en is gebleven tot moment nul, 4,5 jaar later. We waren niet alleen, ook niet als we niet bij elkaar waren. Uiteindelijk woonden we exact 4 verdrietige maanden samen, waarna we afscheid moesten nemen. Ik heb echte onvoorwaardelijke liefde gekend.

Ik leef dus al het grootste gedeelte van mijn leven redelijk solitair. Maar ik voel me niet alleen. Ik heb drie katten en twee kleine honden en ik heb wat mensen om me heen, sommige al heel lang, sommige relatief kort, sommigen alleen op vakantie of het werk, sommigen zie ik in de kroeg. Wat familie. Iedereen met een eigen rol.

Toen de pandemie kwam werd de wereld kleiner. Dankzij een paar mensen voelde het nog steeds niet alleen. Ik kon naar verkiezen naar de kroeg, waar ik wat mensen ontmoette die ik geregeld zie. We klaverjasten online, in het begin elke dag, later eens per week, nog weer later incidenteel.

Ik besefte ik dat ik dankzij mijn huisdieren mezelf nooit echt alleen voel. De noodzaak om thuis te zijn, voor ze te zorgen, met ze te praten, te wandelen, te lachen (ze maken me altijd aan het lachen). Als ik me fysiek slecht voel maak ik ruzie met ze omdat mijn geduld dan weg is. En ze kijken me altijd lief en trouw aan.

Ik had maar weinig last van de isolatie door de pandemie, het alleen wonen, het thuiswerken, het alleen slapen... en ik denk wel eens: dit is je leven en zo zal je leven blijven. 

Ik ben er nog niet uit of ik dat nou erg moet vinden of dat het wel goed is. Anderen vinden dat ik dat niet mag zeggen of zelfs maar mag denken, “je bent nog jong genoeg”.


Ik hoef niet meer. Dat gedoe van een man op de bank waar ik rekening mee moet/wil houden. Ik krijg het spaansbenauwd bij de gedachte alleen al. Ik doe dus niet aan dating-apps of -sites of ander -gedoe. In mijn omgeving zal ik ze niet tegenkomen en dan zal iemand ook nog eens heel veel moeite moeten doen.

Oh wacht. Dit heb ik eerder gedacht. Ongeveer voor ik mijn laatste vriend leerde kennen. Hmmm.

Reacties